Plaat I — Oculi
Beweeg de cursor (of veeg) over de ogen om de blikrichting te veranderen. Bij een blikrichtingsafhankelijk patroon (graad I–III, up-/downbeat) verandert de nystagmus zichtbaar mee met de blikrichting.
Beweeg de cursor (of veeg) over de ogen om de blikrichting te veranderen. Bij een blikrichtingsafhankelijk patroon (graad I–III, up-/downbeat) verandert de nystagmus zichtbaar mee met de blikrichting.
Gevulde stippen zijn kernen met een laesie-optie (formaat volgt de relatieve grootte); het gearceerde vlak bij het vestibulaire kerncomplex is in zijn geheel klikbaar. Open stipjes zijn oriëntatiepunten zonder eigen laesie-effect; gestippelde lijnen zijn functionele banen.
Schematische simulatie voor onderwijs; amplitudes, frequenties en anatomische verhoudingen zijn gestileerd, niet gekalibreerd. Torsiecomponenten worden beschreven maar niet altijd visueel weergegeven. Belangrijke kanttekening: de patronen worden hier scherper en „schoner” getoond dan ze zich in werkelijkheid voordoen. Beelden zijn vaak partieel, wisselen in de tijd en overlappen elkaar. HINTS is niet 100 % sensitief of specifiek: de gunstige testeigenschappen gelden alleen bij een acuut vestibulair syndroom met aanhoudende klachten en alleen bij een ervaren onderzoeker, en zijn niet zonder meer over te zetten naar episodische klachten of de algemene SEH-populatie. Ook met een volledig uitgevoerd bedside-onderzoek blijft het onderscheid centraal versus perifeer in een deel van de gevallen klinisch niet met zekerheid te maken; laat beeldvorming, risicoprofiel en het beloop dan meewegen. — Kevin Keene